vrijdag 17 februari 2012

An inconvenient truth

En toen dachten Barbara en ik: 'We gaan nog eens een toertje toen'...

Om ons rodebloedcellengehalte nog een laatste boost te geven besloten we Cuenca vaarwel te zeggen en koers te zetten richting Latacunga. Dit gezellige bergdorpje ligt hoog in de Andes en is dus ideaal om te acclimatiseren en is daarenboven goed gelegen om van hier uit de volkaan Cotopaxi te beklimmen en  (een deel van) de Quilotoa-loop te wandelen. We kwamen er aan in een gringonest met Hollandse eigenaars, maar dat kon de pret niet bederven, want in feite was Hostal Tiana een hele puike herberg. Enkel de gymzaal naast de deur, waaruit van 's morgens vroeg de gymtunes galmden (Alors on danse...), kon in dit oord enigzins de vrede verstoren.

Dakterras Hostal Tiana


Kathedraal Latacunga


We bezochten de markt van Saquisili, een dorpje dat op de Quilotoa-loop (een aaneenschakeling van kleine dorpjes en schilderachtige vergezichten) ligt en een dag per week overloopt van het volk dat zijn koopwaar kwijt wil en ook volk dat het zich maar graag laat aansmeren. Zowel artesania, konijnen, bbqwapperaars, kippelevertjes, alsook het hele spectrum hiertussen is te verkrijgen op dit bonte allegaartje en ja... dus ook sjakossen. In de namiddag moest Latacunga zelf aan onze toeristische honger geloven.

Preitjes op m'n dijtjes!

De volgende dag stond het bedwingen van de Cotopaxi (in het gelijknamig nationaal park) op het programma. We besloten de de zuidkant van dit vulkanisch wonder te beklimmen omdat deze de mooiste en de minst toeristische is (lees: minst kans om Hollanders tegen te komen). We vertrokken met 4x4, Ecuadoriaanse gids en norse Italiaan vroeg in de morgen naar het refugio, vanwaar we de klim te voet begonnen. De goden waren ons goed gezind, want de bewolking die daar het merendeel van de tijd hangt bleef uit, en de uitzichten waren fabuleus. Een prachtige vulkaan, met besneeuwde top, en actief met een cyclus van ongeveer 100 jaar. Toen we ongeveer de datum van de volgende uitbarsting uitrekenden waren we net dat ietsje minder op ons gemak...

De grens van eeuwige sneeuw was volgens de gids de laatste jaren fel naar boven opgeschoven door klimatologische veranderingen en we voelden ons al wat schuldig dat we niet met de fiets in plaats van de 4x4 gekomen waren. De Italiaan bleek niet enkel nors, maar ook niet geacclimatiseerd, en niet in vorm, waardoor het zuustofgebrek hem wat parten speelde en met name in zijn hoofd, wat de norsheid enkel maar deed toenemen. We besloten hem dan maar achter te laten en stegen tot 4500 meter, alwaar het begon te hagelen en sneeuwen alsof de duivel er mee gemoeid was. We stegen nog door tot 4600 meter, maar moesten dan stoppen omdat we niet echt voorzien waren op sneeuw. Of echt niet.

An inconvenient truth


Mos en andere taiga op een achtergrond van vulkaan.


Een mens kan niet stoer genoeg poseren bij een vulkaan.

Hoe die foto van onze maanreis hiertussen beland is weet ik ook niet.



Om op krachten te komen gingen we in Latacunga, samen met een verdwaalde Belgische toeriste, de plaatselijke specialiteit proeven: chugchucara. Volgens de gids 'heart-attack-inducing'. En volgens ons best te omschrijven als 'alles in de frietpot'.

Het hartinfarct nabij.


Op onze laatste dag stond ons het kratermeer van Quilotoa te wachten. Een meer met zwavelhoudend water in de krater van een uitgedoofde vulkaan. Toen we per bus aankwamen in Quilotoa zat de krater volledig in wolken gehuld, maar toen we afdaalden langs de kraterrand kwam stukje bij beetje het prachtige panorama van deze microbiotoop tevoorschijn. We troffen per toeval weer dezelfde norse Italiaan die eigenlijk zeer vriendelijk was, want we kwamen hem tegen in het afdalen van de krater...
In tegenstelling tot het beklimmen van een berg, komt de afdaling hier eerst en is het in het terugkeren stijgen geblazen. Nadat onze gezellige picknick andermaal door de binnenrollende wolken en bijhorende regen werd verpest besloten we de steile klim aan te vatten en ... zagen de norse Italiaan gelukzalig op een ezeltje naar boven rijden.

Kratermeer van Quilotoa

Het zwavelhoudende water ziet er enkel maar uit alsof het leuk is om in te zwemmen.


Die avond namen we de nachtbus richting Guayaquil alwaar ons een vlucht richting paradijs te wachten stond: de Galapagoseilanden!

Ruben Ryckeboer

Geen opmerkingen:

Een reactie posten