zaterdag 18 februari 2012

GaLaPaGoS !


De weg naar het paradijs loopt niet steeds over rozen, daar werden Ruben en ik ons in de luchthaven van Guayaquil pijnlijk bewust van. Blijkbaar was ons ticket naar Galapagos wel gereserveerd maar niet bestaande in de computer. Veel geklaag, gesakker en zelfs een beetje vloeken in het Spaans (niet gemakkelijk!), maar uiteindelijk kregen we het toch geregeld dat we (voor een pakje dollars meer) toch nog op het desbetreffende vliegtuig geraakten. "En dat dat paradijs nu maar de moeite is!"

Daar begonnen we wel in te geloven nadat we geland waren op het eilandje Baltra. We bemerkten een hitte die lichtjes verstikkend was, een staalblauwe hemel, en op de overzetboot naar Puerto Ayora, hoofdstad van Isla Santa Cruz (ons ankerpunt voor de komende 5 dagen) vingen we al een glimp op van de fauna & flora die ons te wachten stond.

Aangezien we behalve onze vlucht en overnachting nog niets geregeld hadden, begonnen we de jacht naar betaalbare daguitstapjes onmiddellijk na aankomst. We sloten een verbond met een sympathieke Braziliaan en een Pool, die hetzelfde doel voor ogen hadden. Ecuadoriaanse touroperators zijn ietwat sluwer dan de gemiddelde Ecuadoriaan waar wij tot nu al mee in contact gekomen waren, maar toch slaagden we erin 2 niet al te dure dagtours te regelen.


Onze eerste dagtour ging richting Santa Isabela. Deze begon de volgende dag om 7u, dus het heerlijk ontbijtje in onze B&B moesten we snel naar binnen spelen, maar zelf na een dikke 2 maand in dit land zijn we nog niet geleerd: Ecuadoriaanse stiptheid is een zeldzaamheid! Maar goed, niet getreurd, een flink motorboottochtje later belanden we samen met een 15-tal andere toeristen op Santa Isabela. Dit eiland is vooral gekend voor zijn vulkanen en flamingo's. Aangezien wij de voorbije dagen op de Cotopaxi al flink wat portie vulkaan gehad hadden, en je door het weer op Galapagos sowieso minder enthousiast bent voor een wandeling, focusten we ons voornamelijk op de flamingo's. We kregen er een schiereilandje vol leguanen gratis bij, en konden ook whitetip reef sharks (jawel, haaien!) en (land-)schildpadden bewonderen. Deze laatsten worden grootgebracht in een kweekcentrum op enkele van de eilanden, omdat ze zodanig met uitsterven bedreigd zijn. De import van uitheemse fauna (zoals mieren, ratten, honden, geiten, koeien) zorgde ervoor dat de baby-schildpadden niet meer overleefden in hun natuurlijke habitat en daarom worden ze nu de eerste jaren van hun leven gevoederd en beschermd in 1 van deze kweekcentra.

Baby-schildpadjes
Whitetip reef shark
Pink flamingo's!
De volgende dag moest het heerlijk ontbijtje wederom aan een hoog tempo binnengewerkt worden, want we werden alweer om 7u verwacht aan de dokken van Puerto Ayora. Deze keer ging de reis naar de eilanden San Cristobal en Santa Fe. Op het programma stonden vooral snorkelen en... diertjes spotten! Voor de kust van San Cristobal hielden we even halt aan de "Leon Dormido", een rotsformatie die -met veel verbeelding en vanaf een grote afstand- aan een slapende leeuw doet denken. We snorkelden doorheen deze schone brokken steen en ontmoeten... een kolonie van wel 50 haaien! En ook: ontelbaar veel soorten fel gekleurde vissen, enkele zeeleeuwen, en een eenzame (water-)schildpad.  Een ware deugd voor eender wie toevallig voorbij snorkelt, de "ooohs" en "aaaahs" werden dan wel moeilijk overgebracht onder water, maar ze waren er zeker. 

Leon Dormido, de spleet in het midden was onze snorkelroute 
Blue-footed Booby, 1 van de meest geliefde vogels op Galapagos
(tot t-shirts met "I love Boobies" - opschriften toe)

Voor we in San Cristobal aanmeerden, kregen we nog even de kans om zeeleeuwen van dichterbij te bewonderen al snorkelend. Allemaal goed en wel, grappige beesten die zeeleeuwen, vooral het geluid dat ze voortbrengen en nog het meest aan een kruising van ezelgebalk en koegeloei doet denken, maar de pret was er toch een beetje af toen ik na deze snorkelpauze de bebloede arm van de Duitse toerist op onze boot zag. Blijkbaar was hij rustig naast een zeeleeuw aan het zwemmen, toen deze hem plots in de bovenarm hapte. 
Zeehonden voor de kust van San Cristobal



Wijzelf geraakten die dag haveloos van de boot, en besloten dit te vieren met een heerlijke ceviche (plaatselijke specialiteit op basis van koude vis en groentjes met gebakken banaantjes) in een gezellig straatje in Puerto Ayora, samen met onze Poolse en Braziliaanse medetrippers.
Avondmaal in Puerto Ayora (Santa Cruz) samen met Marcyn en Joao
Woensdag, onze laatse volledig dag op Galapagos, brachten we door op Santa Cruz, ons “thuiseiland”. Met de watertaxi bereikten we de andere kant van de haven, alwaar we een ruw wandelingetje naar Las Grietas maakten. Daar liepen we onze Poolse vriend Marcyn tegen het lijf, en samen keerden we terug naar de haven met tussenstop op een paradijselijk stukje strand dat we niet onbesnorkeld achter konden laten.

Terug aangekomen in de haven van Santa Cruz bezochten we het Darwin Research Station. Daar was strijdlustigheid de algemene leuze, want we zagen zowel een koppel reuzeschildpadden vechten om een plekje onder de struiken, als 2 leguanen waarvan de ene door het gat in de omheining naar het hok van de andere gekropen was. Fascinerende dierenwereld!



Onze laatste namiddag op Galapagos brachten we door in Bahia de Tortugas (Turtle Bay), één van de mooiste stranden die ik ooit gezien heb. Parelwit superfijn zand, uitgestrekt, zonder al te veel volk, en voorzien van een golfslag die zelfs ons, serieuze studenten, deed veranderen in spelende kinderen. Het water was zo helder dat je de vissen kon zien zwemmen in de toppen van de golven (Ruben meende zelfs een 2m grote vis te zien die verdacht veel op een haai leek). Alleen een beetje een ongelukkige naamkeuze, want we hebben jammergenoeg niet één Tortuga gespot op deze fantastische playa.
Jongeman -vruchteloos- op zoek naar schildpadden in Turtle Bay

Helaas konden we niet eeuwig op dit paradijs blijven (of we zouden op den duur niets meer mooi vinden als we terug komen naar België, stel je voor) en dus sprongen we terug op het vliegtuig naar Guayaquil na deze heerlijke 5-daagse. Dank u, Darwin!


Barbara

vrijdag 17 februari 2012

An inconvenient truth

En toen dachten Barbara en ik: 'We gaan nog eens een toertje toen'...

Om ons rodebloedcellengehalte nog een laatste boost te geven besloten we Cuenca vaarwel te zeggen en koers te zetten richting Latacunga. Dit gezellige bergdorpje ligt hoog in de Andes en is dus ideaal om te acclimatiseren en is daarenboven goed gelegen om van hier uit de volkaan Cotopaxi te beklimmen en  (een deel van) de Quilotoa-loop te wandelen. We kwamen er aan in een gringonest met Hollandse eigenaars, maar dat kon de pret niet bederven, want in feite was Hostal Tiana een hele puike herberg. Enkel de gymzaal naast de deur, waaruit van 's morgens vroeg de gymtunes galmden (Alors on danse...), kon in dit oord enigzins de vrede verstoren.

Dakterras Hostal Tiana


Kathedraal Latacunga


We bezochten de markt van Saquisili, een dorpje dat op de Quilotoa-loop (een aaneenschakeling van kleine dorpjes en schilderachtige vergezichten) ligt en een dag per week overloopt van het volk dat zijn koopwaar kwijt wil en ook volk dat het zich maar graag laat aansmeren. Zowel artesania, konijnen, bbqwapperaars, kippelevertjes, alsook het hele spectrum hiertussen is te verkrijgen op dit bonte allegaartje en ja... dus ook sjakossen. In de namiddag moest Latacunga zelf aan onze toeristische honger geloven.

Preitjes op m'n dijtjes!

De volgende dag stond het bedwingen van de Cotopaxi (in het gelijknamig nationaal park) op het programma. We besloten de de zuidkant van dit vulkanisch wonder te beklimmen omdat deze de mooiste en de minst toeristische is (lees: minst kans om Hollanders tegen te komen). We vertrokken met 4x4, Ecuadoriaanse gids en norse Italiaan vroeg in de morgen naar het refugio, vanwaar we de klim te voet begonnen. De goden waren ons goed gezind, want de bewolking die daar het merendeel van de tijd hangt bleef uit, en de uitzichten waren fabuleus. Een prachtige vulkaan, met besneeuwde top, en actief met een cyclus van ongeveer 100 jaar. Toen we ongeveer de datum van de volgende uitbarsting uitrekenden waren we net dat ietsje minder op ons gemak...

De grens van eeuwige sneeuw was volgens de gids de laatste jaren fel naar boven opgeschoven door klimatologische veranderingen en we voelden ons al wat schuldig dat we niet met de fiets in plaats van de 4x4 gekomen waren. De Italiaan bleek niet enkel nors, maar ook niet geacclimatiseerd, en niet in vorm, waardoor het zuustofgebrek hem wat parten speelde en met name in zijn hoofd, wat de norsheid enkel maar deed toenemen. We besloten hem dan maar achter te laten en stegen tot 4500 meter, alwaar het begon te hagelen en sneeuwen alsof de duivel er mee gemoeid was. We stegen nog door tot 4600 meter, maar moesten dan stoppen omdat we niet echt voorzien waren op sneeuw. Of echt niet.

An inconvenient truth


Mos en andere taiga op een achtergrond van vulkaan.


Een mens kan niet stoer genoeg poseren bij een vulkaan.

Hoe die foto van onze maanreis hiertussen beland is weet ik ook niet.



Om op krachten te komen gingen we in Latacunga, samen met een verdwaalde Belgische toeriste, de plaatselijke specialiteit proeven: chugchucara. Volgens de gids 'heart-attack-inducing'. En volgens ons best te omschrijven als 'alles in de frietpot'.

Het hartinfarct nabij.


Op onze laatste dag stond ons het kratermeer van Quilotoa te wachten. Een meer met zwavelhoudend water in de krater van een uitgedoofde vulkaan. Toen we per bus aankwamen in Quilotoa zat de krater volledig in wolken gehuld, maar toen we afdaalden langs de kraterrand kwam stukje bij beetje het prachtige panorama van deze microbiotoop tevoorschijn. We troffen per toeval weer dezelfde norse Italiaan die eigenlijk zeer vriendelijk was, want we kwamen hem tegen in het afdalen van de krater...
In tegenstelling tot het beklimmen van een berg, komt de afdaling hier eerst en is het in het terugkeren stijgen geblazen. Nadat onze gezellige picknick andermaal door de binnenrollende wolken en bijhorende regen werd verpest besloten we de steile klim aan te vatten en ... zagen de norse Italiaan gelukzalig op een ezeltje naar boven rijden.

Kratermeer van Quilotoa

Het zwavelhoudende water ziet er enkel maar uit alsof het leuk is om in te zwemmen.


Die avond namen we de nachtbus richting Guayaquil alwaar ons een vlucht richting paradijs te wachten stond: de Galapagoseilanden!

Ruben Ryckeboer

woensdag 8 februari 2012

Hasta siempre

Barbara en Ruben zitten op dit moment op de bus, hobbelend over de Andes andermaal, richting Latacunga voor de beklimming van de Cotopaxi, of voor de hoogtezieken, een wandeling rond een kratermeer.
Mijn vertrek van het mooie Cuenca wordt nog eventjes uitgesteld, om rond 4u de papis en el novio te gaan ontmoeten in Quito.
 op de karaoke met vriendinnen van Barbara.
 Zonder pasaporte geraakte je niet binnen in de bar, gelukkig zijn Pia en ik als twee druppels water, zodat haar identiteitskaart mooi van pas kwam.
 Toeren en toeren en toeren hebben we gedaan in dit karretje. Ze wandelen hier niet graag, en kennen ook zelden de weg ergens naartoe.
 In el museo del sombrero
 Ons nieuwe vriend Daan, klaar voor een jaar Cuenca.
 Afscheidsdag :-(


 Afscheidsavond

 Belangrijke bezigheden op emergencia de pediatria, waar niet altijd zoveel patiënten zijn: youtube, en aan de toog hangen babbelen.
Ik wou jullie enkele sfeerbeeldjes van ons laatste dagen in Cuenca niet verbergen. We intensifieerden ons contacten met de lokale stagiairs en leerden een nieuw vriendje kennen, Daan, assistent pediatrie die hier een heel jaar mag blijven.
Afspreken met een Ecuadoriaan is geen makkie. Ze komen telkens te laat, kennen het gegeven 'adres' niet, en als ze het al kennen kunnen ze er de weg naartoe niet uitleggen. Ze hebben ook zelden geld op hun gsm. Jammer allemaal, want elk afspraakje loonde zo hard de moeite!

Dit laatste weekend voor ons vakantie bestond vooral uit iets gaan eten (sushi, chancho hornado, burrito's...) en iets gaan drinken. Ook wel wat karaoke, waar ze hier keigoed in zijn. Na de prachtige uitvoering van 'barbie girl' door Barbara en ik waren we ons micro dan ook snel weer kwijt. En veel gedans! Feestjes moeten hier echter verplicht stoppen om 2u in het weekend, en 10u in de week, triestige zaak.

Nu op naar vakantie!

dinsdag 31 januari 2012

Van de Oriente via de Sierra naar de Playa en terug!


Hola! Buenos dias! Qué tal? 

Ondertussen zijn we goed en wel terug in Cuenca gearriveerd voor een laatste stageperiode in ons vertrouwde Hospital Vicente Corral Moscoso. Emmylou ontfermt zich vanaf nu over de kindjes (Pediatria), terwijl Ruben en ik afwisselend op zaal en spoed de interne mens trachten te genezen (Medicina Interna).
Maar laat ons eerlijk zijn: het zijn vooral de weekends die ons leven hier kleuren. Ik verklaar ons nader:
3 weken geleden liep ons avontuur in Macas af, en hoe konden we beter afscheid nemen van deze Barbecue City aka Poort naar de zuidelijke Oriente dan met een weekendje pure selva? We zochten ons een professionele gids (Rafaelo), en deze zorgde op zich voor een authentieke local (Marcelo II, voor de aandachtige lezer) om ons nog beter te begeleiden doorheen de wilde brousse. Samen vormden ze een geweldig duo dat ons met talloze tips & tricks vlotjes door de wildernis leidde. Op ons programma stonden 4 dagen in het Parque Nacional Sangay, een 500 000 ha groot stuk ongerept regenwoud genoemd naar de 5230m hoge (actieve!) volcano Sangay. 
Volcano Sangay

Jungletrippers in complete outfit
 Als we Rafaelo mogen geloven, komen daar maar een handvol toeristen per jaar hun honger naar natuurpracht stillen. Als je weet dat we een volle dag  wandelen nodig hadden om ter plekke te geraken, krijg je een idee van hoe ver we ons van de bewoonde wereld bevonden. We volgden het pad van de tapir, een zwarte viervoeter die ons volgens de beschrijvingen nog het meest aan een grote miereneter deed denken, en als dat pad niet toegankelijk genoeg was, baande Marcelo II een weg voor ons met behulp van zijn machete. Het was een ware deugd voor onze padvindersziel, echter niet voor doetjes want als je niet uitkeek kreeg je een zwiep van schoonmoederstong (“lengua de suegra”, een onschuldig uitziende maar verdomd irriterende plant) in je gezicht of plantte je je voet in een onstabiel stukje modder met natte laars tot gevolg. Ook van een overstekende slang bleven we niet gespaard. Vanuit onze uitvalsbasis op de rand van een prachtige vallei in dit nationaal park verkenden we de komende dagen de omgeving: een schitterend meer aan de rand van een uitgestrekt maar laarsopslorpend moeras, een wildstromende rivier waar ons raftershartje sneller ging van gaan kloppen, of “gewoon” een uitkijkpunt met zicht op het adembenemende woud waarin we ons bevonden.
meer in Parque Nacional Sangay
verkenning van het meer in geïmproviseerd vaartuig

Ruben overweegt of deze kolkende rivier raftbaar is

En dit alles doorspekt met stukken fauna en flora waar onze mond van open viel en oren van flapperden, zoals bloemen in de vorm van pilletjes, tapir voetstappen op ons pad, de vermoedelijke slaapplaats van een jaguar of berenklauwen in een boomstam (volgens Rafaelo en Marcelo was de beer in kwestie nog geen uur geleden gepasseerd). Toen we 4 dagen later de beschaafde wereld terug betraden waren we weliswaar ietwat geplaagd door vermoeide spieren en jeukende muggenbeten, maar zo voldaan van de schoonheid van Moeder Natuur, dat dat allemaal niet zo nauw stak.
Addertje onder het gras... 
Grens Parque Nacional Sangay - bewoonde wereld

Een hobbelige, bochtenzwierende en maagkolkende bustocht later waren we terug in Cuenca, waar onze kotmadam Marina ons nog steeds met veel liefde ontving in haar huis langs de rivier (haar 2 honden bewaakten nog steeds even enthousiast maar met iets minder liefde de poort van dit huis).
Na een weekje stage, ieder in zijn nieuwe discipline, besloten we de andere kant van Ecuador eens te gaan verkennen: la playa. Het hippie surfersoord Montanita bleek jammergenoeg net iets te ver voor 1 weekend, dus besloten we koers te zetten naar Playas. Dit badplaatsje in de buurt van Guayaquil beviel ons meteen: zon, zee, strand, palmbomen, hangmatten y nada mas. We vonden al snel een sympathiek en niet te duur hostelletje met als achtertuin La Playa en installeerden ons gauw op dit uitgestrekt stukje paradijs. Boekje lezen, kokosnootje eten, zwempje doen, spelen in de golven,… soms heeft een mens niet meer nodig om gelukkig te zijn. 
de playa van Playas


de complete playa belevenis


Emmylou en de kokosnoot


Jammergenoeg kwam aan dit weekendje zalig nietsdoen een wrange nasmaak aangezien we die avond op nog geen 250m van ons hostel bruutweg beroofd werden van fotocamera, 85 dollar en Rubens bril. We kunnen niet zeggen dat we niet gewaarschuwd waren, “playa = ladrones” (dieven), dat hadden we al veel gehoord, maar het kwam toch behoorlijk onverwacht. Nuja, dit ongelukkig voorval leverde ons 1 voordeel op, namelijk een gratis bus terug naar huis, aangezien de vrolijke groep Ecuadoriano’s die ook in ons hostel verbleven eveneens terug naar Cuenca moesten. Het werd één van onze betere busritten.

In de daaropvolgende week lieten Emmylou en ikzelf ons overhalen door de interno’s om een turno (wacht) mee te doen, vooral aangetrokken door de vrije dag die daarop volgde. Maar als je een hele nacht wakker blijft om bloeddrukken te meten, harten te horen kloppen of dronkelappen trachten te temperen, beleef je niet zo heel veel pret meer aan de dag nadien… Bij deze hebben we wel een notie van het leven van de interno’s (laatstejaars geneeskunde hier), die 1 op 3 dagen zo’n wacht moeten draaien, zonder recup!

Gelukkig volgt na elke week een weekend en ook vorig weekend trokken we erop uit. Emmylou bleef deze keer liever in Cuenca om onze kostbare bezittingen te bewaken, de band met Marina te onderhouden en de vriendschap met de interno’s te versterken. Ruben en ik trokken zuidwaarts, richting Loja en Vilcabamba. Loja is een stad op de grens met Peru, bekend om zijn koffie en properheid (de hoge dichtheid aan vuilbakken in het straatbeeld viel ons inderdaad op). Naar het schijnt is Loja ook de moeite voor live muziek, maar dan moet je tevreden zijn met zeemzoete Ecuodariaanse schlagers, iets wat Ruben en ik niet direct aansprak. 
Loja, Puerta de la Ciudad

Loja, plaza Santo Domingo

De dag daarna lieten we ons door de bus afzetten aan de ingang van Podocarpus, een nationaal park met hoogte variërend van 900m tot 3700m en daarbijhorend microklimaat en megadiversiteit aan allerhande species van planten en dieren. Een lust voor het natuur liefhebbend oog, alweer. Maar wat een trot! De 8 km naar de eigenlijke start van de wandeling was nog te doen, maar vanaf dan was het 100% stijgen tussen rotsblokken, natte boomwortels en modderpoeltjes. Bovendien begon het te regenen toen we bijna boven waren, en aangezien regen afkomstig is uit wolken, resulteert dat in mist eens je een bepaalde hoogte bereikt. Jammergenoeg heette de wandeling “los miradores” en kon je dus dankzij de mist bitterweinig zien. Maar toch hadden we het gevoel, over bergkammen laverend, dat we in een schoon stukje Andes vertoefden, en dat vermoeden werd ook bevestigd eens de mist om ons hoofd was verdwenen. Het laatste anderhalf uur van deze 8u durende wandeling was dan ook zeker de moeite, met zichten tot kilometers ver in een adembenemend mooi berglandschap. De afdaling was even steil als de klim, en bijgevolg kunnen we nu, 2 dagen later bijna geen trap meer op of af. 
picknick in Podocarpus = tomaat wassen aan de regen en maken dat je niet naar beneden glijdt 
wandeling op de bergkammen van Podocarpus

Het weekend kwam echter perfect in evenwicht aangezien onze laatste stop Vilcabamba was. Dit is een ontspannen dorpje niet ver van Loja. Een trekpleister voor gringo’s (buitenlanders) die vooral aangetrokken zijn door de reputatie dat mensen in dit dorpje een langer leven wacht dan anderen. Wij hebben er onze eigen mening over, maar deden toch ons uiterste best om hierin mee te gaan, getuige het gezonde groentensapje en de zalige rugmassage die we hier consumeerden. Ook een tochtje per mountainbike langs boerderijtjes en kleine koffieplantages in de groene vallei waarin Vilcabamba baadt, was echte de moeite waard. Ik heb echter mijn twijfels of deze ervaring waarlijks levensverlengend zal werken, aangezien de kuitenbijtende honden van bovengenoemde boerderijen mij meermaals hartkloppingen bezorgden.

home-made koffieplantage langs de weg

Vilcabamba, Plaza Central

Ruben en het gezonde sapje


Vanuit mijn zeteltje in dit aards paradijs groet ik jullie, en wens jullie veel succes met de aangekondigde winterprik in ons thuisland!

Barbara