dinsdag 31 januari 2012

Van de Oriente via de Sierra naar de Playa en terug!


Hola! Buenos dias! Qué tal? 

Ondertussen zijn we goed en wel terug in Cuenca gearriveerd voor een laatste stageperiode in ons vertrouwde Hospital Vicente Corral Moscoso. Emmylou ontfermt zich vanaf nu over de kindjes (Pediatria), terwijl Ruben en ik afwisselend op zaal en spoed de interne mens trachten te genezen (Medicina Interna).
Maar laat ons eerlijk zijn: het zijn vooral de weekends die ons leven hier kleuren. Ik verklaar ons nader:
3 weken geleden liep ons avontuur in Macas af, en hoe konden we beter afscheid nemen van deze Barbecue City aka Poort naar de zuidelijke Oriente dan met een weekendje pure selva? We zochten ons een professionele gids (Rafaelo), en deze zorgde op zich voor een authentieke local (Marcelo II, voor de aandachtige lezer) om ons nog beter te begeleiden doorheen de wilde brousse. Samen vormden ze een geweldig duo dat ons met talloze tips & tricks vlotjes door de wildernis leidde. Op ons programma stonden 4 dagen in het Parque Nacional Sangay, een 500 000 ha groot stuk ongerept regenwoud genoemd naar de 5230m hoge (actieve!) volcano Sangay. 
Volcano Sangay

Jungletrippers in complete outfit
 Als we Rafaelo mogen geloven, komen daar maar een handvol toeristen per jaar hun honger naar natuurpracht stillen. Als je weet dat we een volle dag  wandelen nodig hadden om ter plekke te geraken, krijg je een idee van hoe ver we ons van de bewoonde wereld bevonden. We volgden het pad van de tapir, een zwarte viervoeter die ons volgens de beschrijvingen nog het meest aan een grote miereneter deed denken, en als dat pad niet toegankelijk genoeg was, baande Marcelo II een weg voor ons met behulp van zijn machete. Het was een ware deugd voor onze padvindersziel, echter niet voor doetjes want als je niet uitkeek kreeg je een zwiep van schoonmoederstong (“lengua de suegra”, een onschuldig uitziende maar verdomd irriterende plant) in je gezicht of plantte je je voet in een onstabiel stukje modder met natte laars tot gevolg. Ook van een overstekende slang bleven we niet gespaard. Vanuit onze uitvalsbasis op de rand van een prachtige vallei in dit nationaal park verkenden we de komende dagen de omgeving: een schitterend meer aan de rand van een uitgestrekt maar laarsopslorpend moeras, een wildstromende rivier waar ons raftershartje sneller ging van gaan kloppen, of “gewoon” een uitkijkpunt met zicht op het adembenemende woud waarin we ons bevonden.
meer in Parque Nacional Sangay
verkenning van het meer in geïmproviseerd vaartuig

Ruben overweegt of deze kolkende rivier raftbaar is

En dit alles doorspekt met stukken fauna en flora waar onze mond van open viel en oren van flapperden, zoals bloemen in de vorm van pilletjes, tapir voetstappen op ons pad, de vermoedelijke slaapplaats van een jaguar of berenklauwen in een boomstam (volgens Rafaelo en Marcelo was de beer in kwestie nog geen uur geleden gepasseerd). Toen we 4 dagen later de beschaafde wereld terug betraden waren we weliswaar ietwat geplaagd door vermoeide spieren en jeukende muggenbeten, maar zo voldaan van de schoonheid van Moeder Natuur, dat dat allemaal niet zo nauw stak.
Addertje onder het gras... 
Grens Parque Nacional Sangay - bewoonde wereld

Een hobbelige, bochtenzwierende en maagkolkende bustocht later waren we terug in Cuenca, waar onze kotmadam Marina ons nog steeds met veel liefde ontving in haar huis langs de rivier (haar 2 honden bewaakten nog steeds even enthousiast maar met iets minder liefde de poort van dit huis).
Na een weekje stage, ieder in zijn nieuwe discipline, besloten we de andere kant van Ecuador eens te gaan verkennen: la playa. Het hippie surfersoord Montanita bleek jammergenoeg net iets te ver voor 1 weekend, dus besloten we koers te zetten naar Playas. Dit badplaatsje in de buurt van Guayaquil beviel ons meteen: zon, zee, strand, palmbomen, hangmatten y nada mas. We vonden al snel een sympathiek en niet te duur hostelletje met als achtertuin La Playa en installeerden ons gauw op dit uitgestrekt stukje paradijs. Boekje lezen, kokosnootje eten, zwempje doen, spelen in de golven,… soms heeft een mens niet meer nodig om gelukkig te zijn. 
de playa van Playas


de complete playa belevenis


Emmylou en de kokosnoot


Jammergenoeg kwam aan dit weekendje zalig nietsdoen een wrange nasmaak aangezien we die avond op nog geen 250m van ons hostel bruutweg beroofd werden van fotocamera, 85 dollar en Rubens bril. We kunnen niet zeggen dat we niet gewaarschuwd waren, “playa = ladrones” (dieven), dat hadden we al veel gehoord, maar het kwam toch behoorlijk onverwacht. Nuja, dit ongelukkig voorval leverde ons 1 voordeel op, namelijk een gratis bus terug naar huis, aangezien de vrolijke groep Ecuadoriano’s die ook in ons hostel verbleven eveneens terug naar Cuenca moesten. Het werd één van onze betere busritten.

In de daaropvolgende week lieten Emmylou en ikzelf ons overhalen door de interno’s om een turno (wacht) mee te doen, vooral aangetrokken door de vrije dag die daarop volgde. Maar als je een hele nacht wakker blijft om bloeddrukken te meten, harten te horen kloppen of dronkelappen trachten te temperen, beleef je niet zo heel veel pret meer aan de dag nadien… Bij deze hebben we wel een notie van het leven van de interno’s (laatstejaars geneeskunde hier), die 1 op 3 dagen zo’n wacht moeten draaien, zonder recup!

Gelukkig volgt na elke week een weekend en ook vorig weekend trokken we erop uit. Emmylou bleef deze keer liever in Cuenca om onze kostbare bezittingen te bewaken, de band met Marina te onderhouden en de vriendschap met de interno’s te versterken. Ruben en ik trokken zuidwaarts, richting Loja en Vilcabamba. Loja is een stad op de grens met Peru, bekend om zijn koffie en properheid (de hoge dichtheid aan vuilbakken in het straatbeeld viel ons inderdaad op). Naar het schijnt is Loja ook de moeite voor live muziek, maar dan moet je tevreden zijn met zeemzoete Ecuodariaanse schlagers, iets wat Ruben en ik niet direct aansprak. 
Loja, Puerta de la Ciudad

Loja, plaza Santo Domingo

De dag daarna lieten we ons door de bus afzetten aan de ingang van Podocarpus, een nationaal park met hoogte variërend van 900m tot 3700m en daarbijhorend microklimaat en megadiversiteit aan allerhande species van planten en dieren. Een lust voor het natuur liefhebbend oog, alweer. Maar wat een trot! De 8 km naar de eigenlijke start van de wandeling was nog te doen, maar vanaf dan was het 100% stijgen tussen rotsblokken, natte boomwortels en modderpoeltjes. Bovendien begon het te regenen toen we bijna boven waren, en aangezien regen afkomstig is uit wolken, resulteert dat in mist eens je een bepaalde hoogte bereikt. Jammergenoeg heette de wandeling “los miradores” en kon je dus dankzij de mist bitterweinig zien. Maar toch hadden we het gevoel, over bergkammen laverend, dat we in een schoon stukje Andes vertoefden, en dat vermoeden werd ook bevestigd eens de mist om ons hoofd was verdwenen. Het laatste anderhalf uur van deze 8u durende wandeling was dan ook zeker de moeite, met zichten tot kilometers ver in een adembenemend mooi berglandschap. De afdaling was even steil als de klim, en bijgevolg kunnen we nu, 2 dagen later bijna geen trap meer op of af. 
picknick in Podocarpus = tomaat wassen aan de regen en maken dat je niet naar beneden glijdt 
wandeling op de bergkammen van Podocarpus

Het weekend kwam echter perfect in evenwicht aangezien onze laatste stop Vilcabamba was. Dit is een ontspannen dorpje niet ver van Loja. Een trekpleister voor gringo’s (buitenlanders) die vooral aangetrokken zijn door de reputatie dat mensen in dit dorpje een langer leven wacht dan anderen. Wij hebben er onze eigen mening over, maar deden toch ons uiterste best om hierin mee te gaan, getuige het gezonde groentensapje en de zalige rugmassage die we hier consumeerden. Ook een tochtje per mountainbike langs boerderijtjes en kleine koffieplantages in de groene vallei waarin Vilcabamba baadt, was echte de moeite waard. Ik heb echter mijn twijfels of deze ervaring waarlijks levensverlengend zal werken, aangezien de kuitenbijtende honden van bovengenoemde boerderijen mij meermaals hartkloppingen bezorgden.

home-made koffieplantage langs de weg

Vilcabamba, Plaza Central

Ruben en het gezonde sapje


Vanuit mijn zeteltje in dit aards paradijs groet ik jullie, en wens jullie veel succes met de aangekondigde winterprik in ons thuisland!

Barbara

woensdag 18 januari 2012

Barbecue city

We zijn al weer enkele weken verder gevorderd in ons voortdurende avontuur. Zo ver zelfs, dat dit weekend het laatste was in de buurt van Macas: 4 dagen naar het Nationaal Park Sangay (naar de gelijknamige actieve vulkaan). Voor de fans, die naar verluidt wat op hun honger bleven zitten, volgt hier het verslag van onze passage in Macas.

verblijfplaats in Macas

Macas is een stadje gelegen in de zuidelijke Oriente en is omgeven door bergen begroeid met jungle (regenwoud dus, waarvan we de regen al van bij aankomst van nader bij leerden kennen), de rivier Pastasa stroomt op zijn gemak door de vallei, en het klimaat is tussen de regen door warm tot zeer warm, afgewisseld met vochtige hitte en zweterig weer. Wanneer je door de straten wandelt valt er je ook direct iets op: this is barbecue city! Op iedere hoek van de straat staat wel iemand met een barbecuestelletje wat brochettejes (pincho's), banaan (banana), maiskolven (chuclo) en zulks meer te bakken en te verkopen. Het is zelfs zo erg dat er opzettelijk in het midden van de straat straathoeken worden aangelegd om iedere barbecuer zijn stekje te geven. Het resultaat is dat, als de rook om je hoofd is verdwenen, je altijd honger hebt, maar dat je ook telkens voor een prikje die honger kunt stillen met een sateetje (ook pincho).

barbecue!

Wat de stage betreft hadden we elk een vast 'subcentro de salud' (de Ecuadoriaanse tegenhanger van onze wijkgezondheidscentra, maar dan veel wijder verspreid) in de stad. Emmylou zat in 'el viejo hospital', Barbara in '27 de febrero', en ikzelf in 'Luxemburgo' (genoemd naar het Luxemburgse Rode Kruis dat dit subcentro hielp financieren). Elk om beurt gingen we ook een week naar Sevilla Don Bosco, een meer afgelegen dorpje waar de indigene Shuar-bevolgingsgroep (ja, indiaantjes) de grote meerderheid van de patiënten vormde.

Centro de Salud in Sevilla

Het werden heel interessante weken, en niet enkel op medisch vlak. De eerstelijnsgezondheidszorg bracht ons ook in dichter contact met de plaatselijke bevolking, met hun gewoonten, levenswijze, etc. Ook het feit dat we hier waren om van oud naar nieuw te gaan zorgde ervoor dat we de plaatselijke tradities van dichtbij konden beleven.

Er waren niet enkel de dagelijkse consultaties... Zo ging Emmylou ook mee op vaccinatiecampagne naar de plaatselijke scholen voor een massavaccinatie. Barbara volgde mee met een cursus 'bailatherapia' (danstherapie voor diabeten) en moest, toen de hoogzwangere instructrice het even moeilijk kreeg, zelf enkele (ietwat Europees aandoende) danspasjes uit haar mouw toveren. Ikzelf ging met een medisch getunede mobil home de hort op om in afgelegen dorpjes 'centro de salud aan huis' te leveren: medische zorgen of check up, vaccinaties en tandheelkundige controle.


Medische mobil home op toer

Het eindejaar wordt hier gevierd op een manier die ons alledrie vreemd was, maar met een symboliek waar we in België misschien nog iets van kunnen leren. Op oudejaarsavond, en de dagen er voor, wordt er teruggekeken op het oudejaar en wordt het nieuwe verwelkomd. Het oudejaar wordt voorgesteld door een oude weduwe en het nieuwe door een mooie, jonge vrouw. Alle problemen, ruzies, onhebbelijkheden van personen, etc., worden gesymboliseerd door grote poppen die je  naar het eindejaar toe in het straatbeeld ziet opduiken en die soms rondgevoerd worden in auto's. Op oudejaar krijgen de poppen nog  wat zweepslagen vergezeld met wensen voor het nieuwe jaar, alvorens ze in brand gestoken worden. Een mooi zicht als je overal in de stad vuurtjes ziet met mensen rond, mijmerend over wat was en komen zal.

Oudejaarspoppen

Geen patient, maar een oudejaarspop.

Wij besloten echter de overgang van oud naar nieuw niet in de stad door te brengen, maar het verlengde weekend te gebruiken om de jungle te verkennen. Marcello, een volbloed Shuar-indiaan, was daarbij onze gids. De eerste dag werden we gevoerd tot in de ecolodge 'Chiguaza', een paradijsje op aarde, met zwembad met vers junglewater en zicht op de prachtige wouden, het samenstromen van 2 rivieren, en een bar... De eerste jungletocht was een opwarmertje, met secundair regenwoud, 'inleiding tot de medicinale planten I', een door erosie in de rotsen ontstaan labyrint, prachtige watervallen, 'grotten voor beginners', en een eerste onzachte aanvaring tussen mijn voorhoofdslamp en een vleermuis met een krak in zijn radar.

Ecolodge

In de lodge, een levenswerk van de pater familias aldaar en prachtig uit hout vervaardigd, hadden we zeer mooie kamers, was het eten piekfijn, konden we uitrusten van de wandeling, en als het echt te warm werd (31 december, remember!) een duikje nemen in het zwembad. Als toemaatje kregen we nog een gegidst bezoek aan de plaatselijke bamboezagerij (de plaatselijke 'Remietn van de zagerie' kregen we jammergenoeg niet te zien, want die was bamboe gaan zoeken in de jungle).
We gingen het nieuwe jaar in met overheerlijke vis me rijst, mierzoete Ecuadoriaanse wijn, maté van een aangespoeld Argentijn die met ons meevierde, en wat Pilseners (Ecuatorianamente Refresciante!) om de avond af te sluiten.

Bamboezagerij


Bescheiden zwembad

Nieuwjaar had voor ons, na een onbijtje met ei en gefrituurde yuca, een al wat serieuzere jungletocht in petto, met als eindbestemming 'las Cuevas Los Tayos', de plaatselijke grotten van Han... Maar dan iets gevaarlijker, want ze durven al eens te overstromen met grotbezoekers en al er nog in. Omdat het tijdens de tocht al flink geregend had, en het water al aan het stijgen was, is 'grotten voor gevorderden' niet helemaal kunnen doorgaan en zijn we enkel in het eerste deel van het grottenstelsel gegaan. Desalniettemin een prachtige ervaring!

Het grootste licht staat in het midden.
Licht aan het einde van de tunnel.

Omdat door voorgenoemde regen een respectabel stuk oerwoud op de weg terecht was gekomen waardoor geen doorgang voor verkeer meer mogelijk was, is ons programma wat aangepast en hebben we de nacht moeten doorbrengen in Macas in plaats van in een Shuar-hutje. De volgende dag echter zijn we dan toch naar het dorpje, Buena Esperanza gegeten, kunnen gaan en konden we kennis maken met de plaatselijke bevolking, hoe ze omgaan met almaar grotere invloeden van buitenaf, hoe ze leven, etc. Na een prachtige tocht in de jungle, en 'inleiding tot de medicinale planten II', kregen we een traditioneel maal voorgeschoteld, met zelf gevangen paddenstoelen. Toen het eten gezakt was deden we een kanotocht naar een idyllisch plaatsje om te zwemmen en daar zwommen we dat het een lieve lust was! Als afsluiter kregen we nog een opvoering van traditionele muziek en dans, een waar spektakel; wat waren de toeristen blij!

Zelf gevangen paddenstoelen


De weken verliepen als de gesmeerde bliksem met avondlijke bezoekjes aan de plaatselijke (karaoke)bars, barbecuestalletjes, kermis, etc. De kermis was een allegaartje van kleurrijke kermisattracties (de een al wat ouder dan de andere), Ecuadoriaanse versies van vlaamse volksspelen, eetkraampjes (goed geraden, mét oliebollen), springkastelen, en stroompannes.

Kleurrijke kermis

Het volgende weekend stond Puyo op het programma. Puyo, 'Ciudad de Canela' (kaneelstad), ligt ten noorden van Macas en is een bruisend stadje in de Oriente. We deden er een eendaagse tour met bezoek aan een apenreservaat (waar zieke of mishandelde aapjes werden opgevangen), tocht naar een indrukwekkende waterval, kanotocht op de rio Upano, en als klap op de vuurpijl een klimmetje naar een met hangmatten uitgeruste uitkijktoren met zicht op de amazone: indrukwekkend!

'Als die aap hier mag schijten, dan ik ook!'

Een beeld zegt meer dan duizend woorden.

Waterval onder het toekijkend oog van een mythisch beeld.

's Avonds gingen Emmylou en Barbara al terug naar Macas voor een feestje met makkers van de subcentro's en een lazy sunday met bezoek aan de markt van Sucua. Ikzelf bleef in Puyo om op zondag nog een tocht te doen in de jungle met een plaatselijke Quichuagids. Om wat te besparen op vervoerskosten ging ik eerst mee met enkele toeristen voor een gegidst bezoek aan de markt (waar we toch iets te vroeg in de morgen wormen om te frituren aangeboden kregen) en bezoek aan een kweekprogramma voor reuzevissen (Mini Europa is al reuze, maar vissen die in een vijver tot 2,5 meter gaan, en in de vrije natuur tot 5 meter, dat is wel even andere koek). Na een oponthoud door politiecontrole (het busje waarin we werden vervoerd was niet gekeurd, en de chauffeur had geen rijbewijs...) konden ik aan de tocht beginnen: 6 uur wandelen in een regenwoud waar toch minstens evenveel regen als woud was. En het was een groot woud... 'Jungle voor halfgaren', en 'medicinale planten voor gevorderden I' zaten in het dagprogramma begrepen. Terugkeren naar Puyo was, samen met de locals, op het dak van een bus, want de bus zelf zat tjokvol met (mooie!) Argentijnse meisjes.

Uitzicht van uit het Quichuadorpje.

Toen de laatste week ingezet was beseften we dat we de 'Virgen de Macas', die al de hele tijd over ons gewaakt had, nog niet bezocht hadden. Dit metershoge Mariabeeld dat over Macas tuurt van op een berg aan de rand van de stad, wordt door de plaatselijke inwoner meestal bezocht per taxi (en als het heel goed gaat misschien nog de terugweg bergaf te voet), maar wij dachten de tocht volledig te voet te doen als voorbereiding op het volgende weekend. De Virgen was weliswaar groter dan we gedacht hebben en dus volgens optische wetten ook verder. Net voor zonsondergang konden we haar bereiken en nog op het nippertje van het fabuleuze uitzicht over de stad genieten. De terugkeer konden we (waarschijnlijk met behulp van de heilige maagd) doen in de laadbak van enkele goedgeluimde trabachadores die aldaar heel de dag hadden gewerkt aan de piëdestal van Maria.

De reusachtige Virgen de Macas (bij nader onderzoek van polyester).

Zoals eerder vermeld stond voor het volgende weekend de 4-daagse tocht in het Nationaal Park Sangay gepland... Maar zullen ze de bestemming wel bereiken? Komt een kudde woeste tapirs roet in het eten strooien? En blijkt een van de twee gidsen een kannibaal die het gemunt heeft op vrouwelijke toeristen tussen de 20 en 25 jaar? U verneemt het in het volgende verslag.

Ruben Ryckeboer