Het eerste volwaardige weekend in dit fabuleuze land zit er al weer op, en het was er een om U, U, U, tegen te zeggen. Nadat we zaterdagmiddag ons buikje volgegeten hadden hebben we Cuenca nog wat verder verkend, want het is niet voor niks dat deze stad Unesco Werelderfgoed is! Mensen die allergisch zijn voor koloniale architectuur, mooie gebouwen en gezellig pleintjes, zouden hier al snel vol rode plekken staan en veel tissuetjes nodig hebben. Zeiden we trouwens al dat de verkeerslichten in Cuenca met vogelgeluiden uitgerust zijn, en er wanneer de voetgangers over mogen de straat gevuld wordt met lijstergezang, koekoekgekoekoek en inheems mussengetjilp? Het walhalla voor de hobby-ornitholoog.
Zaterdagavond was er een festival in de stad, en hoewel uitgeregend, hebben we als die-hard festivalgangers ons hartje kunnen ophalen. Alles om een leuke fiesta te bouwen was dan ook aanwezig: kraampjes met artisanale brochettes, Ecuadorianen die zodanig klein zijn zodat je er moeiteloos kunt over kijken, Pilsener in flesjes van 652 cl voor 1 dollar, vechtpartijen met keukenmessen, een Ecuadoriaanse rockband die vrij vertaald 'the hangovers' heet, etc. We kropen desalniettemin op tijd in ons bed omdat er ons de volgende morgen al heel vroeg een nieuw avontuur stond te wachten.
Om 6u ging de wekker al weer zodat we vroeg de bus konden nemen richting het Nationaal Park Las Cajas: een immens stuk Andes dat beschermd is tegen goudzoekers, oliedelvers en natuurhaters. De plaatselijke ranchero raadde ons een tocht aan van een 7-tal uur en gaf ons de kaart van het park mee. Deze bleek niet zo nauwkeurig als we wel gewild hadden, maar met wat hulp van een oude Duitser en seine Altimeter kwamen we alsnog op het juiste pad terecht. En wat voor een pad! Een ware marteling voor mensen die niet van prachtige uitzichten, weidse berglandschappen, en ongerepte natuur houden. Het pad ging, zoals het een echt bergpad betaamt, ook wel wat op en neer, en soms wat veel op en weinig neer, vooral toen we over de 4000m gingen en we voelden dat onze rooie het wat moeilijk hadden om nog genoeg zuurstof rond te verdelen naar overal waar we het konden gebruiken.
Toen we de laatste locals die met ezels deze steile wegen berijden al even gepasseerd waren, en ook de Duitser achtergelaten hadden (3-0!), was het met volle teugen genieten van de natuurpracht: bergmeren die schitteren als diamanten in de hoogstaande zon, bergriviertjes die van de toppen van de bergen toestromen in deze meren, watervallen die zich vormen en even de stilte breken, prachtige mossoorten, bergbloemen, en zeldzame vogels... De hemel op aarde, niettemin voor vrijetijdsvogelaars. De conquistadores hebben het hier toch niet allemaal kapot gekregen!
Na een knappe prestatie van 5u wandelen kwamen we uitgeput terug op de rand van het nationaal park terecht, en waren we dan ook oprecht blij dat een Ecuadoriaan met Franse roots ons wilde voeren tot in Cuenca, meerbepaald de calle 3e Noviembre.
Nog eventjes genieten van het laatste zonnetje aan de rivier Tomebamba vlak aan ons huis, en dan tapas en paella gaan eten in een Spaans restaurant. De boog moet niet altijd gespannen staan, is niet toevallig een spreekwoord dat de Inca's uitgevonden hebben, en ook dit overleefde de Spaanse tirannie.
Vandaag zijn we geroteerd wat de stage betreft. Barbara is naar spoed gynaecologie verhuisd, en Ruben is Emmylou gaan vervoegen op de verlosafdeling... Sindsdien blijven de hoogzwangere vrouwen toestromen om en masse hun kind ter wereld te werpen, dit met daarbijhorende gezaag, en dus prijzen we onszelf gelukkig dat ons Spaans nu ook weer niet zó goed is. De nieuwe week is goed begonnen!
RR


Geen opmerkingen:
Een reactie posten